Afdrukken

Het bloedonderzoek vormt het belangrijkste onderdeel van je medische controle. Het bloedonderzoek is voor je internist, naast eventuele gezondheidsklachten, de belangrijkste factor op basis waarvan hij je adviseert om te starten met hiv-remmers. Als je hiv-remmers gebruikt, weet je door bloedonderzoek:

bloedtestIn het priklab
Doorgaans heb je elke drie tot zes maanden een bloedonderzoek. In het priklab van het ziekenhuis neemt men een paar buisjes bloed bij je af. Bij dat bloedonderzoek worden elke keer tientallen waarden gemeten, waarmee ze onder andere je cholesterol en de werking van je lever en nieren kunnen controleren. Hiv-remmers kunnen negatieve effecten met zich meebrengen en door bloedonderzoek kom je daar dan tijdig achter.

Wat wordt er allemaal bepaald?
Bij het bloedonderzoek worden meestal je CD4 en viral load bepaald. Een resistentiebepaling wordt alleen gedaan voordat je start met hiv-remmers en als je overstapt op andere medicijnen omdat de huidige combinatie je hiv niet goed onderdrukt De bloedspiegelbepaling kan alleen worden gedaan als je hiv-remmers gebruikt en dan niet elke keer, maar alleen als er een aanleiding voor is. Hieronder een overzicht van deze vier bepalingen:

CD4

Het aantal CD4-cellen geeft aan hoe het staat met je afweer. Een CD4-cel (ook wel T4-cel genoemd) is een witte bloedcel. Hiv vermenigvuldigt zich in CD4-cellen en vernietigt deze cellen. Hoe hoger je CD4, hoe beter je afweer. Als je geen hiv hebt en gezond bent, heb je tussen de 500 en 1500 CD4-cellen (per mm 3 bloed). Als je minder dan 200 CD4-cellen hebt, ben je veel vatbaarder voor infecties. Het is gebruikelijk dat je CD4 schommelt. Als je geen hiv-remmers gebruikt is het waarschijnlijk dat je CD4 na verloop van tijd daalt. Als je hiv-remmers gaat gebruiken, is het zeer waarschijnlijk dat je CD4 stijgt. Soms neemt dit binnen een paar maanden toe en soms duurt het een paar jaar.

viral load

Je viral load is de hoeveelheid virus (het aantal hiv-virusdeeltjes per milliliter bloed). In de maanden nadat je hiv hebt opgelopen is je viral load heel hoog; vaak boven het miljoen. Dan gaat je lichaam antistoffen tegen hiv aanmaken en neemt je viral load af. Net als je CD4 schommelt ook je viral load. Als je viral load veel hoger is dan de vorige keer, zegt dat niet zoveel. Dit kan een gewone schommeling zijn. Als je viral load de keer daarna weer veel hoger is, dan is er waarschijnlijk wel wat aan de hand.

Effect van hiv-remmers
Als je hiv-remmers gaat gebruiken, neemt je viral load waarschijnlijk binnen een paar maanden af totdat deze onmeetbaar (ondetecteerbaar) is. Je bent dan niet genezen van hiv; dat kan namelijk nog niet. Er blijft altijd virus in je lichaam aanwezig. Als je viral load onmeetbaar is wil dat zeggen dat je minder dan 20 hiv-virusdeeltjes per milliliter bloed hebt (in sommige laboratoria is dat 50). Dan staat vast dat je hiv-remmers je virus goed onderdrukken. Als je je hiv-remmers volgens de voorschriften inneemt, blijft je viral load voortaan onmeetbaar. Als je viral load weer een keer meetbaar is, dan kan dat een incident zijn. Als je viral load de keer daarna weer meetbaar is, dan kan het zijn dat je virus niet meer goed onderdrukt wordt. Waarschijnlijk adviseert je internist je dan om over te stappen op andere hiv-remmers.

resistentiebepaling

Hiv is een virus dat zichzelf slordig vermenigvuldigt. Tussen de vele slordige kopieën zit soms een virusvariant die een hiv-remmer te slim af is. Deze eigenschap van hiv heet resistentievorming. Het is niet zo dat een hiv-remmer dan helemaal niet meer werkt en dat je meteen resistent bent tegen alle hiv-remmers. Je hiv kan resistent zijn tegen één hiv-remmer of tegen hiv-remmers uit een bepaalde groep. En het is niet alles of niets, maar het kan zijn dat een hiv-remmer minder goed werkt. Je kunt op twee manieren aan resistentie komen:

Als je virus resistent is, is dat meestal slechts een resistentie tegen een of enkele hiv-remmers. Je behandelingsmogelijkheden zijn dan iets beperkter, maar behandeling is nog goed mogelijk.

bloedspiegelbepaling

Bij een bloedspiegelbepaling wordt gekeken hoeveel werkzame stof er van een medicijn in je bloed aanwezig is. Om het virus goed te onderdrukken, moet er op elk moment voldoende werkzame stof aanwezig zijn. Bij een aantal van de hiv-remmers (maar ook bij veel andere medicijnen) kan worden vastgesteld of dat het geval is.

Als je bloedspiegel te laag is, hebben de medicijnen onvoldoende effect en loop je het risico op resistentie. Als je bloedspiegel te hoog is, loop je een groter risico op bijwerkingen. Op basis van bloedspiegelbepalingen kan de dosis van een medicijn worden aangepast. De bloedspiegel wordt bepaald als daar een aanleiding voor is, bijvoorbeeld als het virus onvoldoende onderdrukt wordt. In de loop van de dag neemt de bloedspiegel af. Als je op tijd je hiv-medicijnen inneemt, zorg je ervoor dat de bloedspiegel niet te laag wordt.