“Een vriend van me die hiv heeft werkt bij een kledingwinkel. Zijn collega’s vinden dat hij zijn eigen kopje, bord en bestek moet gebruiken. Een verpleegkundige heeft zijn collega´s uitgelegd dat het echt niet nodig is, maar toch willen ze dat. Het is heel pijnlijk voor hem.“

citaat van Gary uit de gids Positief leven

Test jezelf
Hoe staat het met jouw basiskennis rondom hiv en de kans op overdracht? Test jezelf met de quiz 'Hiv en overdracht', die vind je in de rechterkolom hiernaast.

Dagelijkse omgang
Het is volstrekt onmogelijk om hiv over te dragen door te zwemmen, door kopjes te delen of door te tongzoenen. In de dagelijkse omgang hoef je helemaal nergens rekening mee te houden. Om hiv over te dragen, moet er een bepaalde hoeveelheid virus aanwezig zijn. Je kunt hiv niet overdragen via speeksel, zweet, snot en tranen, want daar zit veel te weinig virus in. Je hoeft thuis, op school, op je werk of waar dan ook dus geen speciale maatregelen te nemen. Het hiv-virus overleeft niet lang buiten het lichaam en zodra het vocht waar het in zit is opgedroogd is het virus dood.  

Viral load
Door hiv-remmers te gebruiken verlaag je de kans om het virus over te dragen zeer sterk. Als je hiv-remmers gaat innemen, neemt de  hoeveelheid virus in je bloed (viral load) waarschijnlijk binnen een paar maanden af totdat deze onmeetbaar (ondetecteerbaar) is.

Waar zit het risico
Hiv zit met name in bloed, sperma, vaginaal vocht en moedermelk. Het virus is ook te vinden in ander lichaamsvocht, maar in zulke lage concentraties dat er geen risico op overdracht is. Hiv kan worden overgedragen via de volgende vier hoofdroutes:

  • onbeschermd seksueel contact of seksuele activiteiten waarbij sperma, vaginaal vocht en/of bloed het lichaam binnendringen
  • intraveneus druggebruik (het delen van injectienaalden) of door de toediening van bloed of bloedproducten, door weefsel-  en orgaantransplantaties. In Nederland worden bloed en weefsel op hiv gecontroleerd; de kans op overdracht via deze route is erg klein
  • van moeder op kind tijdens de zwangerschap (komt zelden voor), de bevalling of via moedermelk. De kans op overdracht tijdens zwangerschap of bevalling kan tegenwoordig met combinatietherapie geminimaliseerd worden
  • als er veel vers bloed van een persoon direct terechtkomt in een grote open wond van een ander persoon  

“In het  begin speelde de angst om anderen te infecteren. Ik had dat zelf veel meer dan mensen in mijn omgeving. Vooral in het contact met kinderen. Die zijn toch kwetsbaar. Ik voelde me heel vies en ik was bang om de baby van mijn broer aan te raken. En ik dacht: wat als een kind me per ongeluk krabt? Als er iemand moest hoesten, dacht ik: ik heb haar net een zoen gegeven. Het komt door mij dat ze hoest. Nu denk ik: waar heb je je druk om gemaakt? “

 citaat van Saskia uit de gids Positief leven





logo-hvn-kllogo-aidsfonds-kllogo-Mainline-kllogo open-universiteit-kl